• Statuten Vereniging
  • Statuten Stichting
  • Havenregelement
  • Huishoudelijk regelement
  • Kantineregelement
  • STATUTEN WATERSPORT VERENIGING WASSENAAR
    (KvK Den Haag V409062)

    Inhoudsopgave

    Art. 1 Naamstelling
    Art. 2 Zetel
    Art. 3 Doelstelling
    Art. 4 Leden
    Art. 5 Ereleden, buitengewone leden, jeugdleden, begunstigers
    Art. 6 Toelating
    Art. 7 Einde lidmaatschap
    Art. 8 Beëindiging van rechten en plichten van buitengewone leden, jeugdleden en
    begunstigers
    Art. 9 Jaarlijkse bijdragen
    Art. 10 Rechten van rechten en plichten van buitengewone leden, jeugdleden en begunstigers
    Art. 11 Bestuur
    Art. 12 Einde bestuurslidmaatschap - periodiek lidmaatschap - schorsing
    Art. 13 Bestuursfuncties, besluitvorming van het bestuur
    Art. 14 Bestuurstaak en vertegenwoordiging
    Art. 15 Jaarverslag, rekening van verantwoording
    Art. 16 Algemene vergadering
    Art. 17 Toegang en stemrecht
    Art. 18 Voorzitterschap en notulen
    Art. 19 Besluitvorming van de algemene vergadering
    Art. 20 Bijeenroeping van de algemene vergadering
    Art. 21 Statutenwijziging
    Art. 22 Ontbinding van de vereniging
    Art. 23 Huishoudelijk reglement
    Art. 24 Slotbepaling

    Art. 1. NAAMSTELLING

    De vereniging draagt de naam: "Watersport Vereniging Wassenaar".
    Zij is opgericht 28 april 1966.

    Art. 2. ZETEL

    Zij heeft haar zetel te Wassenaar.

    Art. 3. DOELSTELLING

    1. De vereniging stelt zich ten doel de beoefening en de bevordering van de watersport.
    2. Zij tracht dit doel onder meer te bereiken door:
    a. het beleggen van vergaderingen en bijeenkomsten, houden van cursussen, lezingen;
    b. het organiseren van wedstrijden en tochten;
    c. het aanbrengen en instandhouden van de nodige accommodatie;
    d. het samenwerken met andere verenigingen c.q. stichtingen die hetzelfde of nagenoeg hetzelfde doel nastreven;
    e. andere middelen, die aan het doel bevorderlijk kunnen zijn.

    Art. 4. LEDEN

    1. Leden van de vereniging kunnen zijn personen die de leeftijd van 18 jaar hebben bereikt.
    2. Het Bestuur houdt een register bij waarin de namen en adressen van alle leden zijn opgenomen alsook de ereleden, buitengewone leden, jeugdleden en begunstigers, als bedoeld in artikel 5.

    Art. 5. ERELEDEN, BUITENGEWONE LEDEN, JEUGDLEDEN EN BEGUNSTIGERS

    1. Ereleden zijn zij die op voordracht van het Bestuur of de algemene vergadering als zodanig door de algemene vergadering zijn benoemd wegens hun verdiensten voor de vereniging of wel wegens het feit, dat zij zich ten opzichte van het doel, dat de vereniging nastreeft, bijzonder verdienstelijk hebben gemaakt.
    2. Als buitengewone leden kunnen worden toegelaten echtgenote(n) van leden en personen die niet voldoen aan het gestelde in art. 4 lid 1.
    3. Jeugdleden zijn zij die aan de activiteiten van de vereniging deelnemen, doch niet voldoen aan het gestelde in art. 4 lid 1.
    4. Begunstigers zijn zij die zich bereid verklaard hebben de vereniging financieel te steunen met een bijdrage, waarvan het minimum door de algemene vergadering wordt vastgesteld.
    5. Ereleden, buitengewone leden, jeugdleden en begunstigers hebben geen andere rechten en verplichtingen dan die welke hun bij of krachtens de statuten zijn toegekend en opgelegd.

    Art. 6. TOELATING

    1. Het Bestuur omtrent de toelating van leden, buitengewone leden, jeugdleden en begunstigers.
    2. Bij niet-toelating tot lid, buitengewoon lid of jeugd lid kan de algemene vergadering alsnog tot toelating besluiten.
    3. Bij haar beslissing omtrent toelating als lid, buiten gewoon lid, jeugdlid of begunstiger kan het Bestuur zich laten bijstaan door een commissie als bedoeld in art. 14.3.

    Art. 7. EINDE VAN HET LIDMAATSCHAP

    1. Het lidmaatschap eindigt door:
    a. bij overlijden van het lid;
    b. opzegging van het lid;
    c. opzegging namens de vereniging.
    Deze kan geschieden:
    - wanneer een lid heeft opgehouden aan de vereisten van het lidmaatschap bij de statuten gesteld te voldoen;
    - wanneer hij zijn verplichtingen jegens de vereniging niet nakomt; en ook
    - wanneer redelijkerwijs van de vereniging niet gevergd kan worden het lidmaatschap te laten voortduren.
    d. ontzetting.
    Deze kan alleen worden uitgesproken wanneer een lid in strijd met de statuten, reglementen of besluiten van de vereniging handelt of de vereniging op onredelijke wijze benadeelt.
    2. Opzegging van het lidmaatschap door een lid geschiedt schriftelijk aan de secretaris; opzegging namens de vereniging geschiedt bij aangetekend schrijven door het Bestuur met opgaaf van redenen.
    3. Opzegging van het lidmaatschap kan te allen tijde geschieden met inachtneming van een opzegtermijn van 4 weken. Echter kan het lidmaatschap onmiddellijk worden beëindigd indien van de vereniging of van het lid redelijkerwijs niet gevergd kan worden het lidmaatschap te laten voortduren.
    4. Een lid is niet bevoegd door opzegging van zijn lidmaatschap een besluit waarbij de verplichtingen van de leden van geldelijke aard zijn verzwaard te zijnen opzichte uit te sluiten.
    5. Ontzetting uit het lidmaatschap geschiedt door de algemene vergadering. Betrokkene wordt van een besluit tot ontzetting bij aangetekende brief in kennis gesteld.
    6. Van een besluit tot opzegging van het lidmaatschap door de vereniging op grond dat redelijkerwijs van de vereniging niet gevergd kan worden het lidmaatschap te laten voortduren, staat de betrokkene binnen een maand na ontvangst van de kennisgeving van het besluit beroep open op de algemene vergadering. Gedurende de beroepstermijn en hangende het beroep is het lid geschorst.
    7. Wanneer het lidmaatschap in de loop van het verenigingsjaar eindigt, blijft desalniettemin de jaarlijkse bijdrage voor het geheel verschuldigd.

    Art. 8. BEËINDIGING VAN RECHTEN EN PLICHTEN VAN BUITENGEWONE LEDEN, JEUGDLEDEN EN BEGUNSTIGERS

    1. De rechten en verplichtingen van een buitengewoon lid, van een jeugdlid en van een begunstiger kunnen te allen tijde wederzijds door opzegging worden beëindigd, behoudens dat de jaarlijkse bijdrage over het lopende verenigingsjaar voor het geheel verschuldigd blijft.
    2. Opzegging namens de vereniging geschiedt door het Bestuur.

    Art. 9. JAARLIJKSE BIJDRAGEN

    1. De leden, buitengewone leden, jeugdleden en begunstigers zijn gehouden aan het betalen van een jaarlijkse bijdrage, die door de algemene vergadering zal worden vastgesteld. Zij kunnen daartoe in categorieën worden ingedeeld die verschillende bedragen betalen.
    2. Het Bestuur is bevoegd in bijzondere gevallen gehele of gedeeltelijke ontheffing van de verplichting tot het betalen van een bijdrage te verlenen.

    Art. 10. RECHTEN VAN ERELEDEN, BUITENGEWONE LEDEN JEUGDLEDEN EN BEGUNSTIGERS.

    1. Behalve de overige rechten die aan buitengewone leden, jeugdleden of begunstigers bij of krachtens deze statuten worden toegekend, hebben buitengewone leden en jeugdleden het recht de door de vereniging georganiseerde wedstrijden, oefeningen, cursussen en andere evenementen bij te wonen.
    2. Ereleden hebben dezelfde rechten als leden.

    Art. 11. BESTUUR

    1. Het Bestuur bestaat uit een oneven door de algemene vergadering vast te stellen aantal van tenminste vijf personen, die door de algemene vergadering uit de leden wordt benoemd.
    2. De benoeming van de bestuursleden geschiedt uit een of meer bindende voordrachten behoudens het bepaalde in lid 3. Tot het opmaken van zulk een voordracht zijn bevoegd zowel het Bestuur als ten minste een zodanig aantal leden dat bevoegd is tot het uitbrengen van een tiende (1/10) gedeelte der stemmen. De voordracht van het Bestuur wordt bij de oproeping van de vergadering medegedeeld. Een voordracht door de hiervoor bedoelde groep van leden moet uiterlijk vijf dagen voor de aanvang van de vergadering schriftelijk bij het Bestuur worden ingediend.
    3. Aan elke voordracht kan het bindend karakter worden ontnomen door een met ten minste tweederde (2/3) van de uitgebrachte stemmen genomen besluit van de algemene vergadering.
    4. Is geen voordracht opgemaakt, of besluit de algemene vergadering overeenkomstig het voorgaande lid aan de opgemaakte voordrachten het bindend karakter te ontnemen, dan is de algemene vergadering vrij in de keus.
    5. Indien er meer dan een bindende voordracht is, geschiedt de benoeming uit die voordrachten.

    Art. 12. EINDE BESTUURSLIDMAATSCHAP - PERIODIEK LIDMAATSCHAP - SCHORSING

    1. Elk bestuurslid kan te alle tijde door de algemene vergadering worden ontslagen of geschorst. Een schorsing die niet binnen drie maanden gevolgd worden door een besluit tot ontslag, eindigt door het verloop van die termijn.
    2. Elk bestuurslid treedt uiterlijk drie jaar na zijn benoeming af, volgens een door het Bestuur op te maken rooster van aftreding. De afgetredene is herkiesbaar; wie in een tussentijdse vacature wordt benoemd, neemt op het rooster de plaats van zijn voorganger in.
    3. Het bestuurslidmaatschap eindigt:
    a. door het beëindigen van het lidmaatschap van de vereniging
    b. door bedanken.

    Art. 13. BESTUURSFUNCTIES- BESLUITVORMING VAN HET BESTUUR

    1. De voorzitter wordt door de algemene vergadering in functie gekozen. Het Bestuur wijst uit zijn midden een secretaris en een penningmeester aan. Het Bestuur kan uit zijn midden voor voorzitter, secretaris en penningmeester een plaatsvervanger aanwijzen. Een bestuurslid kan meer dan een functie bekleden.
    2. Van het verhandelde in elke bestuursvergadering worden door de secretaris notulen opgemaakt, die door het Bestuur worden vastgesteld en ten blijke daarvan worden ondertekend door de voorzitter en de secretaris. Het oordeel van de voorzitter omtrent de totstandkoming en de inhoud van een besluit is niet beslissend.

    Art. 14. BESTUURSTAAK EN VERTEGENWOORDIGING

    1. Behoudens de beperkingen volgens de statuten is het Bestuur belast met het beheren van de vereniging.
    2. Indien het aantal bestuursleden beneden de vijf is gedaald, blijft het Bestuur bevoegd. Het is echter verplicht zo spoedig mogelijk een algemene vergadering te beleggen, waarin de voorziening in de open plaats of op de open plaatsen aan de orde komt.
    3. Het Bestuur is bevoegd onder zijn verantwoordelijkheid bepaalde onderdelen van zijn taak te doen uitvoeren door commissies die door het Bestuur worden benoemd.
    4. Het Bestuur is, mits met goedkeuring van de algemene vergadering, bevoegd tot het sluiten van overeenkomsten tot het kopen, vervreemden of bezwaren van registergoederen. Op het ontbreken van deze goedkeuring kan door en tegen derden beroep worden gedaan.
    5. Het Bestuur behoeft eveneens goedkeuring van de algemene vergadering voor het besluiten tot:
    a. het aangaan van overeenkomsten, waarbij aan de vereniging een bankkrediet wordt verleend;
    b. het ter leen opnemen van gelden, waaronder niet is begrepen het gebruik maken van een aan de vereniging verleend bankkrediet;
    c. het uitlenen van gelden evenals het stellen van borgtochten. Op het ontbreken van deze goedkeuring kan door en tegen derden geen beroep worden gedaan.
    6. Onverminderd het in de laatste volzin van lid 4 bepaalde, wordt de vereniging in en buiten rechte vertegenwoordigd door tenminste twee bestuursleden, waaronder een van hen de voorzitter, de secretaris of de penningmeester.

    Art. 15. JAARVERSLAG - REKENING EN VERANTWOORDING

    1. Het verenigingsjaar valt samen met het kalenderjaar.
    2. Het Bestuur is verplicht van de vermogenstoestand van de vereniging zodanige aantekeningen te houden dat daaruit te alle tijde haar rechten en verplichtingen kunnen worden gekend.
    3. Het Bestuur brengt op de algemene vergadering binnen zes maanden na afloop van het verenigingsjaar, behoudens verlenging van deze termijn door de algemene vergadering, zijn jaarverslag uit en doet onder overlegging van een balans en een staat van baten en lasten, rekening en verantwoording over zijn in het afgelopen verenigingsjaar gevoerd bestuur.
    4. De algemene vergadering benoemt jaarlijks uit de stem gerechtigde leden een commissie van tenminste twee personen, die geen deel uit mogen maken van het Bestuur en brengt aan de algemene vergadering verslag van haar bevindingen uit.
    5. Het Bestuur is verplicht aan de commissie alle door haar gewenste inlichtingen te verschaffen, haar desgewenst de kas en de waarden te tonen en inzage van de boeken en bescheiden van de vereniging te geven. De last van de commissie kan te alle tijde door de algemene vergadering worden herroepen, doch slechts door de benoeming van een andere commissie.

    Art. 16. ALGEMENE VERGADERING

    1. Aan de algemene vergadering komen in de vereniging alle bevoegdheden toe, die niet door de wet of statuten aan het Bestuur zijn opgedragen.
    2. Jaarlijks, binnen zes maanden na afloop van het verenigingsjaar, wordt een algemene vergadering - de jaarvergadering - gehouden. In deze vergadering komen onder meer aan de orde:
    a. het jaarverslag en de rekening en verantwoording bedoeld in art. 15 met het verslag van de aldaar genoemde commissie.
    b. de benoeming van de in art. 15 bedoelde commissie voor het lopende verenigingsjaar.
    c. benoeming bestuursleden.
    d. voorstellen van het Bestuur of de leden, aangekondigd bij oproeping voor de vergadering.
    3. Andere algemene vergaderingen worden gehouden zo dikwijls het Bestuur dit wenselijk oordeelt.
    4. Voorts is het Bestuur op schriftelijk verzoek van tenminste een tiende (1/10) der stemgerechtigde leden verplicht tot het bijeenroepen van een algemene vergadering op een termijn van niet langer dan vier weken. Indien aan het verzoek binnen veertien dagen geen gevolg is gegeven, kunnen de verzoekers zelf tot die bijeenroeping overgaan op de wijze waarop het Bestuur de algemene vergadering oproept dan wel door middel van een advertentie in een dagblad tenminste in de plaats waar de vereniging gevestigd is of door mededeling in het clubgebouw op het aanwezige mededelingenbord.

    Art. 17. TOEGANG EN STEMRECHT

    1. Toegang tot de algemene vergadering hebben alle leden van de vereniging, alle ereleden, buitengewone leden, jeugdleden en begunstigers. Behoudens tot vergaderingen in art. 7 lid 6 hebben geschorste leden en geschorste bestuursleden geen toegang.
    2. Over toelating van andere dan de in lid 1 genoemde personen, beslist de vergadering.
    3. Buitengewone leden, jeugdleden en begunstigers hebben het recht tijdens de algemene vergadering uitsluitend het woord te voeren, tenzij de algemene vergadering anders beslist.
    4. Ieder lid dat niet geschorst is heeft een stem.
    5. Een lid kan zijn stem doen uitbrengen door een ander lid, dat daartoe schriftelijk gemachtigd is. Een gemachtigde kan niet meer dan drie leden vertegenwoordigen.

    Art. 18. VOORZITTERSCHAP EN NOTULEN

    1. De algemene vergaderingen worden geleid door de voorzitter van de vereniging of zijn plaatsvervanger. Ontbreken de voorzitter en zijn plaatsvervanger, dan treedt een der andere bestuursleden, door het Bestuur aan te wijzen, als voorzitter op. Wordt ook op deze wijze niet in het voorzitterschap voorzien, dan voorziet de vergadering daarin zelve.
    2. Van het verhandelde in elke vergadering worden door de secretaris of een ander, door de voorzitter daartoe aangewezen persoon, notulen gemaakt, die in de eerstvolgende vergadering worden vastgesteld en alsdan door de voorzitter en de notulist worden ondertekend.

    Art. 19. BESLUITVORMING VAN DE ALGEMENE VERGADERING

    1. Het ter algemene vergadering uitgesproken oordeel van de voorzitter, dat door de vergadering een besluit is genomen, is beslissend. Hetzelfde geldt voor de inhoud van een genomen besluit, voor zover gestemd werd over een niet schriftelijk vastgelegd voorstel.
    2. Wordt echter onmiddellijk na het uitspreken van het in het eerste lid bedoelde oordeel de juistheid daarvan betwist, dan vindt een nieuwe stemming plaats, wanneer de meerderheid van de vergadering of indien de oorspronkelijke stemming niet hoofdelijk of schriftelijk geschiedde, een stemgerechtigde dit verlangt. Door deze nieuwe stemming vervallen de rechtsgevolgen van de oorspronkelijke stemming.
    3. Voor zover de statuten of de wet niet anders bepalen, worden alle besluiten genomen met volstrekte meerderheid van de uitgebrachte stemmen.
    4. Blanco en ongeldige stemmen worden beschouwd als niet te zijn uitgebracht.
    5. Indien bij stemming over personen niemand de volstrekte meerderheid der uitgebrachte stemmen op zich heeft verenigd, wordt een tweede stemming gehouden tussen de personen, die het grootste aantal der uitgebrachte stemmen hebben verkregen en is hij gekozen, die bij de tweede stemming de meerderheid der uitgebrachte stemmen op zich heeft verenigd. Indien bij een tweede stemming de stemmen staken beslist het lot.
    6. Indien stemmen staken over een voorstel, niet rakende verkiezing van personen, dan is het voorstel verworpen.
    7. Alle stemmingen geschieden mondeling, tenzij de voorzitter een schriftelijke stemming gewenst acht of een der stemgerechtigden zulks voor de stemming verlangt. Schriftelijke stemming geschiedt bij ongetekende, gesloten briefjes. Besluitvorming bij acclamatie is mogelijk, tenzij een stemgerechtigde hoofdelijke stemming verlangt.

    Art. 20. BIJEENROEPING ALGEMENE VERGADERING

    1. De algemene vergadering wordt bijeengeroepen door het Bestuur. De oproeping geschiedt schriftelijk aan de adressen van de leden, ereleden, buitengewone leden, jeugdleden en begunstigers volgens het ledenregister, bedoeld in art. 4.
    2. Bij een oproeping worden de te behandelen onderwerpen vermeld onverminderd het bepaalde in artikel 21.
    3. Het bijeenroepen van de algemene vergadering geschiedt tenminste acht dagen voor de datum van de vergadering.

    Art. 21. STATUTENWIJZIGING

    1. In de statuten van de vereniging kan geen verandering worden aangebracht dan door een besluit van de algemene vergadering, waartoe is opgeroepen met de mededeling dat aldaar een wijziging van de statuten zal worden voorgesteld.
    2. Zij die de oproeping tot de algemene vergadering ter behandeling van een voorstel tot statutenwijziging hebben gedaan, moeten tenminste vijf dagen voor de dag van de vergadering een afschrift van dat voorstel, waarin de voorgedragen statutenwijziging woordelijk is opgenomen, op een daartoe geschikte plaats voor de leden ter inzage leggen tot na afloop van de dag waarop de vergadering wordt gehouden. Bovendien wordt een afschrift als hiervoor bedoeld bij de oproep tot de desbetreffende vergadering aan alle leden toegezonden.
    3. Een besluit tot statutenwijziging behoeft tenminste drievierde (3/4) van de uitgebrachte stemmen, in een vergadering waarin tenminste drievierde (3/4) van het aantal stemgerechtigde leden tegenwoordig of vertegenwoordigd zijn, Zijn niet tenminste drievierde (3/4) van het aantal leden tegenwoordig of vertegenwoordigd, dan wordt binnen vier weken daarna een tweede vergadering bijeengeroepen en gehouden, waarin over het voor stel zoals dat in de vorige vergadering aan de orde is geweest, ongeacht het aantal tegenwoordige of vertegenwoordigde leden, kan worden besloten, mits met een meerderheid van tenminste drievierde (3/4) van de uitgebrachte stemmen.
    4. Een statutenwijziging treedt niet in werking dan nadat hiervan een notariële akte is opgemaakt. Tot het doen verlijden van de akte is ieder bestuurslid bevoegd.

    Art. 22. ONTBINDING

    1. De vereniging kan worden ontbonden door een besluit van de algemene vergadering. Het bepaalde in de leden 1, 2 en 3 van het vorig artikel is van overeenkomstige toepassing.
    2. Het batige saldo na vereffening zal worden bestemd voor de door de algemene vergadering te bepalen doel einden, zoveel mogelijk in overeenstemming met het doel van de vereniging, tenzij de algemene vergadering bij het besluit tot ontbinding anders beslist, een en ander met inachtneming van hetgeen door de wet is bepaald.

    Art. 23. HUISHOUDELIJK REGLEMENT

    1 De algemene vergadering kan bij huishoudelijk reglement nadere regels geven omtrent alle onderwerpen, waarvan de regeling haar gewenst voorkomt.
    2. het huishoudelijk reglement mag niet in strijd zijn met de wet, ook waar die geen dwingend recht bevat, noch met de statuten.

    Art. 24. SLOTBEPALING

    Gevallen waarin door de statuten niet voorzien wordt, worden aan de beslissing van de algemene vergadering onderworpen.

     

    Wassenaar, 25 oktober 1985

    STATUTEN VAN DE STICHTING JACHTHAVEN ACCOMMODATIE WASSENAAR
    (KvK Den Haag S152235)


    Artikel 1. NAAM, ZETEL EN DUUR

    1. De stichting is genaamd: Stichting Jachthaven Accommodatie Wassenaar.
    2. Zij is gevestigd te Wassenaar
    3. De stichting is opgericht voor onbepaalde tijd.

    Artikel 2. DOEL

    De stichting heeft ten doel het bevorderen van de watersport door het exploiteren (voor eigen rekening) of beheren (voor een anders rekening) van een jachthaven in de gemeente Wassenaar en door alle andere wettige middelen, welke aan dat doel bevorderlijk kunnen zijn.

    Artikel 3. GELDMIDDELEN

    De geldmiddelen van de stichting bestaan uit:
    a. het oprichtingskapitaal;
    b. inkomsten, voortvloeiende uit de exploitatie of het beheer van de jachthaven;
    c. subsidies en donaties;
    d. erfstellingen, legaten en schenkingen;
    e. andere baten.

    Artikel 4. BESTUUR

    1. De stichting wordt bestuurd door een bestuur, bestaande uit tenminste vijf leden.
    2. Elk lid van het bestuur van de Watersportvereniging Wassenaar gevestigd te Wassenaar (hierna te noemen: de Vereniging) is qualitate qua lid van het bestuur van de stichting.
    3. De voorzitter, secretaris en penningmeester van de vereniging zijn in hun zelfde hoedanigheid lid van het bestuur van de stichting.
    4. Indien niet binnen redelijke termijn in een vacature is voorzien, zal die voorziening geschieden door de rechtbank op verzoek van iedere belanghebbende of op vordering van het openbaar ministerie.

    Artikel 5. EINDE BESTUURSLIDMAATSCHAP

    1. Het lidmaatschap van het bestuur eindigt door overlijden, door bedanken, door verlies van de kwaliteit uit hoofde waarvan een lid gekozen is, door verklaring in staat van faillissement, door aanvrage van surséance van betaling, door onder-curatelestelling alsmede door ontslag door de rechtbank.

    Artikel 6. BEVOEGDHEID BESTUUR

    1. Het bestuur is bevoegd tot het sluiten van overeenkomsten tot het kopen, vervreemden of bezwaren van registergoederen.
    2. Het bestuur is bevoegd tot het sluiten van overeenkomsten waarbij de stichting zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zich tot zekerheidstelling voor een schuld van een derde verbindt, mits het besluit daartoe wordt genomen met algemene stemmen in een vergadering, waarin alle bestuursleden aanwezig of door een schriftelijk gevolmachtigde vertegenwoordigd zijn.

    Artikel 7. BESTUURSTAAK EN VERANTWOORDING

    1. De voorzitter en de secretaris van het bestuur zijn belast met de uitvoering van de besluiten van het bestuur. Zij vertegenwoordigen gezamenlijk de stichting in en buiten rechte.
    2. In geval van ontstentenis of belet van de voorzitter casu quo de secretaris en een ander lid van het bestuur. Bij ontstentenis of belet van zowel de voorzitter als de secretaris wordt de stichting vertegenwoordigd door twee andere bestuursleden of, indien slechts een ander bestuurslid in functie is, door dit bestuurslid alleen.
    3. De penningmeester legt uiterlijk in de maand mei aan het bestuur rekening en verantwoording af van het door hem in het voorgaande boekjaar, tevens kalenderjaar, gevoerde beheer. Een afschrift van de jaarstukken wordt aan de Vereniging en de raad van de gemeente Wassenaar overlegd.

    Artikel 8. BESTUURSVERGADERINGEN

    1. Het bestuur vergadert zo dikwijls de voorzitter of degene, die hem als zodanig vervangt, ofwel tenminste twee andere bestuursleden dit gewenst acht(en).
    2. De secretaris roept op tot de vergaderingen. Hij maakt van het ter vergadering verhandelde en beslotene notulen op, die door hem en de voorzitter worden ondertekend. Fungeert de secretaris als voorzitter, dan geschiedt het notuleren door de penningmeester. Ieder lid van het bestuur heeft recht op een door de secretaris uit te reiken en door hem te ondertekenen kopie van de notulen.
    3. De leden van het bestuur zijn bevoegd zich door een schriftelijk gevolmachtigde ter vergadering te doen vertegenwoordigen.
    4. Het bestuur is bevoegd zowel in als buiten vergadering besluiten te nemen. In het laatste geval is daartoe vereist dat alle bestuursleden hun stem schriftelijk uitbrengen.
    5. Tenzij in deze statuten anders wordt bepaald, worden besluiten genomen met volstrekte meerderheid van stemmen.
    6. De stemmingen geschieden mondeling, tenzij een bestuurslid schriftelijke stemming verlangt.
    7. Mocht bij stemming over personen bij eerste stemming geen meerderheid worden verkregen, dan zal een nieuwe stemming plaatshebben. Indien ook dan geen meerderheid wordt verkregen, zal bij tussenstemming worden beslist, tussen welke personen zal worden herstemd. Staken bij een tussenstemming of een herstemming de stemmen, dan beslist het lot.
    8. Indien een voorstel zaken betreft, wordt bij staking van stemmen het voorstel als verworpen beschouwd.

    Artikel 9. STATUTENWIJZIGING

    1. Het bestuur is bevoegd de statuten te wijzigen na vooraf verkregen schriftelijke toestemming van de Vereniging. Het besluit daartoe zal, slechts kunnen worden genomen met algemene stemmen in een vergadering, waarin alle bestuursleden aanwezig of door een schriftelijk gevolmachtigde vertegenwoordigd zijn.
    2. De wijziging moet op straffe van nietigheid bij notariële akte tot stand komen. De bestuurders zijn verplicht een authentiek afschrift van de akte van wijziging, alsmede de gewijzigde statuten neer te leggen ten kantore van het openbaar stichtingsregister, gehouden door de Kamer van Koophandel en Fabrieken te ''s Gravenhage.

    Artikel 10. ONTBINDING

    1. Het bestuur is bevoegd de stichting te ontbinden, na vooraf verkregen schriftelijke toestemming van de Vereniging. Op het daartoe te nemen besluit is toepasselijk, hetgeen in artikel 9. van deze statuten is bepaald aangaande een besluit tot wijziging van de statuten.
    2. De stichting wordt bovendien ontbonden door insolventie nadat zij in staat van faillissement is verklaard, door de opheffing van het faillissement wegens de toestand van de boedel, alsmede door rechterlijke uitspraak in de bij de wet genoemde gevallen.

    Artikel 11. VEREFFENING

    1. De vereffening geschiedt door het bestuur.
    2. De stichting blijft na haar ontbinding voorbestaan, indien en voor zover dit voor de vereffening van haar zaken nodig is.
    3. Gedurende de vereffening blijven de bepalingen van deze statuten zoveel mogelijk van kracht.
    4. Het bestuur bepaalt, na vooraf gekregen schriftelijke toestemming van de Vereniging, welke bestemming, na betaling van alle schulden, aan de overgebleven bezittingen van de stichting zal worden gegeven, met dien verstande, dat het saldo moet worden bestemd voor een doel, hetwelk het doel van de stichting zoveel mogelijk nabij komt.

    Artikel 12. SLOTBEPALING

    In alle gevallen, waarin door de statuten van de stichting niet is voorzien, beslist het bestuur.

     

    Wassenaar, 25 oktober 1985.

     

    STICHTING JACHTHAVEN ACCOMMODATIE WASSENAAR EN WATERSPORT VERENIGING WASSENAAR
    HAVENREGELEMENT

    Inhoudsopgave

    Hoofdstuk 1 Algemeen.
    Hoofdstuk 2 Orderegels.
    Hoofdstuk 3 Veiligheid en milieu.
    Hoofdstuk 4 Gasten.
    Hoofdstuk 5 Stalling en ligplaatsen.
    Hoofdstuk 6 Stallingscondities.
    Hoofdstuk 7 Onderhoud haven.
    Hoofdstuk 8 Onderhoud van schepen.
    Hoofdstuk 9 Sancties.
    Hoofdstuk 10 Slotbepalingen.

    Bijlage 1 Milieuvergunning
    Bijlage 2 Havengelden en milieutoeslag
    Bijlage 3 Hellingtarieven
    Bijlage 4 Sancties

    HOOFDSTUK 1 ALGEMEEN

    Art. 1. Onder Stichting wordt verstaan de Stichting Jachthaven Accommodatie Wassenaar ingeschreven bij de Kamer van Koophandel te Den Haag onder nummer S152235.
    Onder Vereniging wordt verstaan de Watersport Vereniging Wassenaar ingeschreven bij de Kamer van Koophandel te Den Haag onder nummer V409062.
    Art. 2. Onder de "Dorpshaven" wordt verstaan, het bij de Stichting in exploitatie zijnde wateroppervlak nabij de in Wassenaar gelegen straten, genaamd Haven en Hofcampweg, benevens de zich daarin bevindende steigers en andere voorzieningen voor de gebruikers van de Dorpshaven.
    Onder de "Buitenhaven" wordt verstaan het bij de Stichting in exploitatie zijnde wateroppervlak aan de van Duivenvoordelaan 562 te Wassenaar, benevens de daaraan grenzende taluds, terreinen, steigers, afrasteringen, beplantingen, constructies, bebouwingen, parkeerterreinen, wegen en paden.
    Voor zover niet afzonderlijk genoemd, is dit havenregelement van toepassing op de beide havens.
    Art. 3. De Vereniging beheert de havens namens de Stichting.
    De havencommissaris, daarin bijgestaan door een havencommissie, houdt toezicht op de naleving van dit regelement. De havencommissie is samengesteld uit ereleden, leden of buitengewone leden van de Vereniging.
    Art. 4. De havencommissaris is belast met de regeling van en de controle op de dagelijkse gang van zaken in de havens.
    Art. 5. Een lid van de havencommissie vervangt de havencommissaris bij diens afwezigheid.
    Art. 6. Het onderhoud van de havens geschiedt door de leden van de Vereniging. De onderhoudscommissaris, daarin bijgestaan door een onderhoudscommissie, coördineert de onderhoudsactiviteiten. De onderhoudscommissie is samengesteld uit ereleden, leden of buitengewone leden van de Vereniging.
    Art. 7. Een lid van de onderhoudscommissie vervangt de onderhoudscommissaris bij diens afwezigheid.
    Art. 8. Onder milieuvergunning wordt verstaan de beschikking met bijlagen van Burgemeester en Wethouders van Wassenaar, waarvan de datum vermeld is bijlage 1. Deze milieuvergunning met bijlagen ligt ter inzage op het havenkantoor


    HOOFDSTUK 2 ORDEREGELS

    Art. 9. Toegang tot de haven hebben:
    a. ereleden, leden, buitengewone leden, jeugdleden, donateurs en houders van een vaste ligplaats en tevens gasten, die met hun schip de haven bezoeken.
    b. echtgenoten, huisgenoten en tot het gezin behorende kinderen van de onder a. genoemde personen.
    c. personen, die door de onder a. genoemde personen geïntroduceerd zijn. Een dergelijke introductie geldt per gelegenheid.
    Art. 10. Iedere gebruiker van de haven is verplicht om de goede gang van zaken in de haven te bevorderen. Aanwijzingen van de havencommissaris of een lid van de havencommissie dienen direct te worden opgevolgd.
    Art. 11. Activiteiten, voor zover die aan anderen schade kunnen toebrengen of overlast bezorgen, of die strijdig zijn met de bepalingen van de milieuvergunning zijn niet toegestaan. Het gebruiken van een werphengel is een voorbeeld hiervan.
    Art. 12. Iedere gebruiker van de haven is verplicht een deugdelijke verzekering te hebben voor schade aan de haven en aan eigendommen van derden. Een desbetreffende polis dient op verzoek aan de havencommissaris getoond te worden.
    Art. 13. Iedere gebruiker van de Buitenhaven is verplicht bij het betreden of verlaten van de terreinen en opstallen, het toegangshek en/of de deuren te sluiten. Na een tijdstip, bepaald door de havencommissaris, moet het toegangshek of de deuren met een sleutel afgesloten worden.
    Art. 14. Een sleutel voor het toegangshek is te verkrijgen bij de havencommissaris na betaling van een borgsom. Deze sleutel geeft ook toegang tot de sanitaire ruimtes in het Verenigingsgebouw.
    Art. 15. Geluidsapparaten moeten zodanig worden afgesteld dat zij geen overlast geven. Ook dienen vallen, die hoorbaar tegen een mast kunnen slaan, vastgezet te zijn.
    Art. 16. Het aanbrengen of voeren van enige reclame, in welke vorm dan ook, is zonder toestemming van de havencommissaris NIET toegestaan.
    Art. 17. Iedere eigenaar is verplicht er zorg voor te dragen dat zijn vaartuig deugdelijk ligt afgemeerd en wel zodanig, dat geen schade wordt toegebracht aan andere vaartuigen, steigers en wallenkanten.
    Art. 18. Huisdieren op het haventerrein dienen aangelijnd te zijn of gedragen te worden.
    Faecaliën dienen door de houder van het huisdier te worden opgeruimd en op de daarvoor bestemde plaats te worden gedeponeerd.
    Art. 19. Onderwatertoiletten mogen in de haven niet gebruikt worden.
    Art. 20. Drinkwater dient niet verspild te worden. Onder verspilling wordt ook begrepen het afspuiten van vaar- en voertuigen.
    Art. 21. Kamperen is uitsluitend toegestaan na goedkeuring van de havencommissaris.
    Art. 22. Goederen, in welke vorm dan ook, mogen niet op de steiger en/of het terrein blijven liggen, behoudens goedkeuring van de havencommissaris. Het geheel of gedeeltelijk blokkeren van de steigers dient vermeden te worden.
    Art. 23. Aan steigers, palen en installaties mogen geen constructies of wijzigingen aangebracht te worden noch mogen daaraan materialen bevestigd worden behoudens goedkeuring van de havencommissaris.
    Art. 24. Andere werkzaamheden dan die welke verband houden met de Vereniging of met de gestalde schepen mogen NIET worden verricht zonder goedkeuring van de havencommissaris.
    Art. 25. Een gemeerd schip mag zijn schroef niet in het werk houden.


    HOOFDSTUK 3 VEILIGHEID EN MILIEU

    Art. 26. Het Binnenvaart Politie Regelement (BPR) is van toepassing op de wateren van de beide havens. Het Wegen¬verkeers¬regelement is van toepassing op het terrein van de Buitenhaven.
    Art. 27. Op schepen met gasinstallaties mogen uitsluitend gasflessen gevuld met propaan of butaan aanwezig zijn. De installatie moet deugdelijk zijn en in goede staat verkeren (zie ook milieuvoorschrift).
    Art. 28. De eigenaar of gebruiker van een vaartuig voorzien van brandstof (zoals benzine en gas) is verplicht er zorg voor te dragen, dat een in goede staat verkerende snelblusser met een passende capaciteit aan boord aanwezig is (zie ook milieuvoorschrift).
    Art. 29. Met vuur en licht ontvlambare stoffen moet met de uiterste voorzichtigheid worden omgegaan. Als bij de werkzaamheden vuur gebruikt wordt, moeten de nodige veiligheidsmaatregelen worden getroffen en dienen minimaal twee personen aanwezig te zijn. Tevoren moet voor afdoende blusmiddelen worden gezorgd.
    Art. 30. Het gebruik van elektriciteit van de vereniging is slechts toegestaan bij toepassing van deugdelijke en veilige leidingen, stekers en apparaten. Naar het oordeel van de havencommissaris ondeugdelijke installaties mogen niet gebruikt worden.
    Art. 31. Het aanleggen van vaste of semi-vaste elektrische leidingen is niet toegestaan. Evenmin als het gebruik van apparaten met een aansluitwaarde van meer dan 2 Ampère. Dit houdt in dat het verboden is apparatuur, zoals elektrische kachels en dergelijke apparaten te gebruiken. Bij geconstateerde overtreding zal de stekker verwijderd worden en is het bestuur gerechtigd de gemaakte extra kosten in rekening te brengen..
    Art. 32 Chemische stoffen inclusief accu’s dienen zelf afgevoerd te worden. Huishoudelijk afval dient in de daarvoor bestemde container gedaan te worden.
    Art. 33. Indien zich een onvoorziene gebeurtenis voordoet, waarbij het milieu verontreinigd wordt of dreigt te worden, dient direct:
    a. de havencommissaris of een van de bestuursleden gewaarschuwd te worden.
    b. maatregelen genomen te worden om verdere verontreiniging te voorkomen
    c. de opgetreden verontreiniging op verantwoorde wijze ongedaan gemaakt te worden.
    Art. 33a. De vorkheftruck mag uitsluitend door de havencommissaris of door de onderhoudscommissaris of door personen die expliciet door hen gemachtigd zijn. Op elk ander gebruik is art. 71 van toepassing.
    Art 33b. Het gebruik van elektriciteit is alleen toegestaan voor werkzaamheden aan boord of het opladen van accu’s als er iemand op de boot aanwezig is. Bij het verlaten van de haven dient men in principe de stekker te verwijderen. Voor het opladen van de boordaccu (‘s) mag de stekker blijven zitten, mits men er rekening mee houdt dat anderen de stekker mogen verwijderen indien er geen plaats meer is in de desbetreffende elektriciteitsunit. Een ieder wordt verzocht tijdelijk verwijderde stekkers weer terug te plaatsen. De haven- of onderhoudscommissaris is namens het bestuur gerechtigd stekkers die gedurende meer dan 7 dagen in de unit zitten te verwijderen.

    HOOFDSTUK 4 GASTEN

    Art. 34. De eigenaar/gebruiker, die met zijn vaartuig als gast de haven bezoekt, dient zich bij de havencommissaris te melden en diens aanwijzingen op te volgen.
    Art. 35. Door het afmeren van zijn vaartuig in de haven onderwerpt hij zich aan de bepalingen van dit havenregelement.
    Art. 36. De havencommissaris wijst gasten hun ligplaats, int de daarvoor geldende vergoeding en houdt een register bij van de binnengekomen gasten en de geïnde liggelden.

    HOOFDSTUK 5 STALLING EN LIGPLAATSEN

    Art. 37. Zij die een vaste ligplaats in een van de havens willen hebben of een stalling op het terrein van de Buitenhaven, dienen daartoe een schriftelijk verzoek in bij de havencommissaris of het bestuur van de Vereniging.
    Art. 38. Niet toegelaten zullen worden vaartuigen:
    a. die niet in een goede staat van onderhoud verkeren.
    b. die regelmatig, zulks ter beoordeling van de havencommissaris, ter beschikking van derden worden gesteld.
    Art. 39. Behoort een vaartuig aan meerdere eigenaren toe, dan is men bij het verwerven van een ligplaats verplicht de naam(en) en adres(sen) van de mede-eigenaar(en) bij de havencommissaris bekend te maken.
    De gezamenlijke eigenaren wijzen een van hen aan als direct verantwoordelijke tegenover de havencommissaris c.q. Vereniging.
    Ieder der mede-eigenaren is hoofdelijk voor het geheel aansprakelijk voor al hetgeen, waartoe de aangewezen eigenaar of de gezamenlijke mede-eigenaren zich tegenover de havencommissaris c.q. de Vereniging verplicht hebben.
    Art. 40. Indien het vaartuig van eigenaar verandert, vervalt het recht op de ligplaats, tenzij de oud-eigenaar de ligplaats wenst te gebruiken voor een ander hem in eigendom toebehorend schip, waarvan de afmetingen niet groter zijn dan het oorspronkelijke en mits het vervangende schip ook overigens voldoet aan de eisen van dit regelement. De nieuwe eigenaar heeft NIET het recht op die ligplaats.
    Art. 41. Diegenen, die geen vaste ligplaats in een van de havens hebben, kunnen verzoeken in de winterperiode in de haven te verblijven.
    Art. 42. De havencommissaris wijst de stalling- en ligplaatsen toe. De toewijzing van ligplaatsen geschiedt aan de hand van de beschikbare ruimte. Leden van de Vereniging hebben voorrang. Belanghebbenden, waarvoor geen ligplaats beschikbaar is, kunnen op een wachtlijst worden geplaatst.
    Art. 43. Alles wat als voertuig dan wel als transportmiddel kan worden aangemerkt dient geparkeerd te worden op de daarvoor aangewezen plaatsen.
    Art. 44. Houders van een vaste ligplaats zijn gerechtigd om van de parkeervoorzieningen gebruik te maken. Niet-houders van een vaste ligplaats kunnen alleen met toestemming van de havencommissaris van de parkeervoorzieningen gebruik maken.
    Art. 45. Bij een afwezigheid van meer dan drie dagen zijn houders van een ligplaats verplicht hun vertrek en vermoedelijke terugkomst bij de havencommissaris te melden.
    De havencommissaris is bevoegd om aan binnenkomende vaartuigen een tijdelijke ligplaats toe te wijzen op aldus vrijgekomen ruimten.
    Art. 46. Het mede afmeren van een bij- of volgboot in de ligplaats is slechts toegestaan mits deze niet buiten de box steekt.
    Art. 47. In spoedeisende gevallen en uiterste noodzaak heeft de havencommissaris het recht een schip te doen verhalen of een voertuig te verplaatsen. Dit verhalen c.q. verplaatsen zal met grote zorgvuldigheid geschieden.
    Art. 48. In alle gevallen, waarin vaar- en voertuigen, trailers en andere voorwerpen zich op of in de haven bevinden zonder dat de betreffende eigenaar/gebruiker daartoe gerechtigd is, heeft de havencommissaris het recht die vaar- en voertuigen en andere voorwerpen te doen verwijderen op kosten van de betreffende personen. De havencommissaris zal echter eerst pogen de betreffende eigenaar/gebruiker aan te zeggen het voorwerp te verwijderen.

    HOOFDSTUK 6 STALLINGCONDITIES

    Art. 49. Voor het gebruik van stalling, vaste ligplaats of verblijf in de haven in de winterperiode is de gebruiker een door het Stichtingsbestuur vastgestelde vergoeding verschuldigd, hierna te noemen "havengeld". De vergoeding voor een vaste ligplaats of stalling geldt voor een vol kalenderjaar. Boven het havengeld is voor elk schip dat langer in de haven verblijft dan één maand een milieutoeslag verschuldigd. De havengelden en de milieutoeslag zijn vermeld in bijlage 2 van dit regelement.
    Art. 50. Opzeggingen van stalling of vaste ligplaats dienen schriftelijk te geschieden.
    Bij opzegging vóór 1 januari is geen havengeld verschuldigd tot de aanvang van het vaarseizoen. Bij opzegging na 1 januari, waarbij tevens vóór de aanvang van het vaarseizoen de gebruikte stalling of ligplaats wordt vrijgemaakt, is slechts een evenredig deel van het havengeld verschuldigd. Bij opzegging na de aanvang van het vaarseizoen maar vóór 1 juli is 50% van het havengeld verschuldigd, daarna is het 100% van het havengeld verschuldigd. De aanvang van het vaarseizoen wordt bepaald door de datum van tewaterlating van de schepen op de wal.
    Art. 51. Bij toewijzing van een vaste ligplaats of stalling vóór de aanvang van het vaarseizoen is 100% van het havengeld verschuldigd, bij toewijzing na de aanvang van het vaarseizoen maar vóór 1 juli is 75% van het havengeld verschuldigd. Bij toewijzing na 1 juli is 50% van het havengeld verschuldigd.
    Art. 52. Onderverhuur van de stalling en/of ligplaats, is zonder schriftelijke toestemming van de havencommissaris NIET toegestaan.
    Art. 53. De contributie voor de Vereniging, het havengeld, de milieutoeslag evenals de vergoeding voor het hellingen, indien van toepassing, zijn verschuldigd per 1 januari van het jaar. Betalingsverplichtingen dienen vóór 1 maart voldaan te zijn, tenzij van tevoren met de penningmeester een andere betalingsregeling is overeengekomen. De wijze van invordering bij niet (tijdig) nakomen van de verplichtingen wordt door het bestuur van de Vereniging vastgesteld en bekend gemaakt.
    Art. 54. Tegenover een vordering tot betaling uit hoofde van het onderhavige havenregelement kan geen beroep op schuldvergelijking worden gedaan, terwijl alle gerechtelijke en buitengerechtelijke kosten zoals advocaat-, deurwaarderkosten etc. geheel voor rekening zijn van de betrokkene die in gebreke bleef de betreffende vordering tijdig te voldoen.

    HOOFDSTUK 7 ONDERHOUD HAVEN

    Art. 55. Iedere houder van een vaste ligplaats is verplicht mee te werken aan het onderhoud van de havens. Deze verplichting geldt niet voor diegene die al actief meewerkt in de Vereniging of die ouder is dan 70 jaar. De onderhoudscommissaris kan een gebruiker van deze verplichting ontheffen.
    Art. 56. Regelmatig worden werkdagen/avonden gehouden waaraan bij toerbeurt per steiger dient te worden deelgenomen door alle ligplaatshouders van de betreffende steiger voor wie de verplichting geldt. Per steiger is er een steigercontactpersoon, die als taak heeft het contact tussen de onderhoudscommissie en de ligplaatshouders aan de betreffende steiger te verzorgen. Ligplaatshouders die verhinderd zijn om te komen werken op de vastgestelde dag, moeten daarvan tijdig bericht geven aan de steigercontactpersoon en hun werkzaamheden op een andere dag verrichten.
    Art. 57. Gebruik van materieel/gereedschappen van de Vereniging dient in overleg met de onderhoudscommissaris te geschieden. De onderhoudscommissaris kan voor dat gebruik nadere voorwaarden stellen.
    Art. 58. Materieel/gereedschappen van de Vereniging dienen na gebruik onmiddellijk te worden teruggebracht op de plaats van bestemming.
    Art. 59. Bij zoekraken of beschadiging kan de onderhouds¬commissaris van de daarvoor aansprakelijke persoon schade¬vergoeding eisen.

    HOOFDSTUK 8 ONDERHOUD VAN SCHEPEN

    Art. 60. Aan schepen in het water mag slechts klein onderhoud worden uitgevoerd. Hieronder wordt verstaan het:
    a. verwijderen van verflagen, waarbij het niet toegestaan is om elektrisch handgereedschap met een groter vermogen dan 1.5 kW te gebruiken,
    b. het aanbrengen van plamuurlagen,
    c. het aanbrengen van verflagen met kwast of roller,
    d. het uitvoeren van klein timmerwerk en daarmee vergelijkbare werkzaamheden.
    Art. 61. Het hellingen van schepen geschiedt alleen op schriftelijk verzoek aan de havencommissaris. Indien het aantal verzoeken daartoe de beschikbare plaatsen overtreft, bepaalt de havencommissaris welke schepen op de wal worden gezet.
    Art. 62. De kostenvergoeding voor het hellingen wordt door het bestuur van de Vereniging vastgesteld en is vermeld in bijlage 3 van dit regelement.
    Art. 63. Het hellingen en het te water laten van schepen wordt onder toezicht van de havencommissaris door leden van de Vereniging verricht. Deze leden vormen de hellingploeg en zijn als zodanig te herkennen aan hun kleding. Tijdens het hellingen moeten aanwijzingen en verordeningen van de hellingploeg door de overige aanwezigen onverwijld opgevolgd worden. Eigenaren/gebruikers van schepen die op de wal gezet worden of te water gelaten worden dienen tijdens het hellingen aanwezig te zijn of voor een vervanger te zorgen om een goede gang van zaken te bevorderen.
    Art. 64. Het gebruik van elektrische stroom voor verwarming is niet toegestaan.
    Art. 65. Het afspuiten van het onderwaterschip is niet toegestaan.
    Art. 66. Het opbrengen van verflagen met een spuitbus of verfspuit is niet toegestaan.
    Art. 67. Bij de werkzaamheden vrijkomend afschraapsel en andere vaste of vloeibare stoffen dienen zorgvuldig opgevangen en veilig gesteld te worden totdat ze ingeleverd kunnen worden in de milieuhoek (zie Art. 31). Elektrisch schuren dient zoveel mogelijk te gebeuren met gereedschap met stofafzuiging.
    Art. 68. Wegvegen of spoelen naar de plantsoenen, straatkolken of de haven is niet toegestaan.
    Art. 69. Ter vermijding van lawaai mogen geraasmakende werkzaamheden alleen worden uitgevoerd in perioden, die bij het havenkantoor en de milieuhoek zijn aangegeven.

    HOOFDSTUK 9 SANCTIES

    Art. 70. Het bestuur van de Vereniging kan in de volgende gevallen een boete opleggen aan diegene:
    a. diegene die zich niet houdt aan de uitvoering van volgens de statuten uit te voeren werkzaamheden betaalt altijd het bruto haven- of stallingsgeld. De gemiste steigerdiensten dienen altijd alsnog te worden ingehaald. Zie verder artikel 80
    b. die enige milieumaatregel overtreedt. Wanneer door de overheid een boete wordt opgelegd, kan deze verhaald worden op de betrokkene.
    Art. 71. Het bestuur van de Vereniging kan in de volgende gevallen het recht op het gebruik van een plaats in de haven schorsen en betrokkene de toegang tot de havens ontzeggen wegens:
    a. ernstige misdragingen op de havens;
    b. het plegen van handelingen in strijd met dit havenregelement;
    c. het tot wrak of obstakel verklaren van het vaartuig van betrokkene;
    d. het in gebreke blijven of niet op tijd betalen van het havengeld, milieutoeslag of andere financiële verplichting aan de Vereniging.
    De schorsing wordt aan betrokkene schriftelijk, met redenen omkleed, medegedeeld. In die mededeling wordt tevens de ingangsdatum en de duur van de schorsing vermeld benevens hoe tegen de schorsing bezwaar gemaakt kan worden.
    Art. 72. Het bestuur van de Vereniging kan een vaartuig tot wrak of obstakel verklaren wanneer een vaartuig naar het oordeel van de havencommissaris in een dusdanig verwaarloosde toestand verkeert, dat hierdoor het aanzien van de haven wordt ontsierd.
    Art. 73. In het geval van schorsing kan het vaartuig van betrokkene van de ligplaats c.q. de stalling op zijn kosten door de Vereniging worden verwijderd, terwijl het volle bedrag der verschuldigde gelden invorderbaar blijft, respectievelijk zonder dat reeds betaalde gelden geheel of ten dele worden gerestitueerd.
    Art. 74. De eigenaar is verplicht, de Vereniging te vrijwaren ter zake van haar eventuele aansprakelijkheid voor schaden, die ter gelegenheid van het verplaatsen c.q. elders doen verblijven van het schip ontstaan, zulks onverminderd de verplichting van de Vereniging het ontstaan van dergelijke schade, zoveel als redelijk mogelijk is, te voorkomen.


    HOOFDSTUK 10 SLOTBEPALINGEN.

    Art. 75. De Stichting noch de Vereniging is aansprakelijk voor een schade, hoe dan ook ontstaan, of diefstal van welk eigendom van stalling- of ligplaatshouder dan ook.
    Iedere eigenaar c.q. gebruiker is aansprakelijk voor de door hem of zijn vaartuig, voertuig, trailer of ander transportmiddel veroorzaakte schade aan de havens of aan eigendommen van derden op de haven.
    Art. 76. Een ieder die stalling of een ligplaats heeft binnen een van de havens wordt geacht kennis te hebben genomen van alle bepalingen van dit regelement.
    Art. 77. In alle gevallen waarin dit regelement niet voorziet, heeft de havencommissaris het recht hieromtrent een beslissing te nemen.
    Art. 78. Geschillen, ontstaan betreffende het havenbeheer, dienen binnen tien dagen schriftelijk te worden voorgelegd aan het bestuur van de Vereniging, dat zo spoedig mogelijk in het geschil beslist.
    Art. 79. Dit regelement is door het bestuur van de Stichting goedgekeurd op 18 oktober 1994 en door de ledenvergadering van de Vereniging op 24 november 1994 bekrachtigd. Laatstelijk gewijzigd door het bestuur per 1 oktober 2014.

    HOOFDSTUK 11 BESLUITEN GENOMEN DOOR HET BESTUUR

    Art. 80. Besluit van het bestuur inzake havengelden. De in hoofdstuk 6 art 49 en in bijlage 2a genoemde havengelden zijn netto tarieven, die zijn verschuldigd als men de voor ieder lid verplichte werkzaamheden heeft uitgevoerd. Heeft men in de periode van 1 oktober tot en met 31 september het daarop volgende jaar niet alle verplichte werkzaamheden uitgevoerd, dan worden de netto havengelden verhoogd met €200,- en betaalt men het bruto havengeld. De gemiste steigerdiensten dienen altijd alsnog te worden ingehaald.


    BIJLAGEN HAVENREGELEMENT

    Bijlage 1 Milieuvergunning
    De datum van de verlening van de milieuvergunning door de gemeente Wassenaar is 30 juni 1994. (tijdelijk buiten werking).

    Bijlage 2 Havengelden en milieutoeslag

    De hoogte van de tarieven worden separaat gepubliceerd. De havengelden en tarieven worden jaarlijks aangepast afhankelijk van de CBS index.
    a JAARTARIEF
    Voor de vaste ligplaatsen is een jaartarief van toepassing (Het jaar loopt van 1 jan. t.e.m. 31 dec.).
    In de Buitenhaven ligt het schip 's zomers te water; 's winters naar keuze in het water of op de kant voor zover daar plaats is.
    Het jaartarief voor de vaste ligplaatsen in de Dorpshaven wordt berekend uit het oppervlak van het schip (grootste lengte x grootste breedte, afgerond op hele m2 ) 's zomers te water; 's winters naar keuze te water of eens per twee jaar op de kant.
    b WINTERSTALLING
    Uitsluitend winterstalling voor diegenen die geen vaste ligplaats in de Buitenhaven of Dorpshaven hebben. Het tarief is gebaseerd op de bootslengte, naar boven afgerond op hele meters.
    c TRAILERSTALLING
    Voor de trailerstalling geldt een jaartarief.
    d BIJBOOT OP DE WAL
    Voor de bijboten in de stalling geldt een tarief. In de winter is de plaats gratis, voor zover er plaats is.
    e MILIEUTOESLAG
    De milieutoeslag is verschuldigd voor elk schip dat langer in één van de havens verblijft dan één maand en ook door de houders van een trailerplaats, indien niet al voor het bijbehorende schip de toeslag verschuldigd is.
    Deze bedragen zijn verschuldigd aan de Stichting maar worden door de Vereniging geïnd.


    Bijlage 3 Hellingtarieven
    Het hellingtarief is gebaseerd op de bootslengte afgerond naar boven in hele meters en dekt de takelkosten en normaal elektriciteitsgebruik voor onderhoud.
    Bij groot onderhoud (lashoek) wordt voor extra elektriciteits¬gebruik in rekening gebracht.
    Deze bedragen zijn verschuldigd aan de Vereniging.

    Er zijn 3 hellingtarieven:
    1 een lid heeft een jaarbox en betaalt alleen het hellen.
    2 een lid heeft geen box. Hij betaalt het hellen en als stallingsgeld de helft van de prijs van een box, rekening houdend met de lengte.
    3 een lid heeft geen box. Hij overwintert in een lege box en betaalt de helft van de prijs van de box.

    HUISHOUDELIJK REGELEMENT VAN DE WATERSPORT VERENIGING WASSENAAR

    BEPALINGEN

    Art 1. Onder Vereniging wordt verstaan de Watersport Vereniging Wassenaar ingeschreven bij de Kamer van Koophandel te Den Haag onder nr. V 409062.
    Art 2. Onder statuten wordt verstaan de statuten van de Vereniging.
    Art 3. Onder Stichting wordt verstaan de Stichting Jachthaven accommodatie Wassenaar ingeschreven bij de Kamer van Koophandel te den Haag onder nr. S152235.
    Art 4. Onder accommodatie wordt verstaan de eigendommen van de Vereniging en de Stichting.
    Art 5. Onder lid van de Vereniging wordt tevens verstaan de (tijdelijke) gebruiker van de accommodatie.
    Art 6. Onder verplichtingen van de leden van geldelijke aard worden verstaan de jaarlijkse bijdrage vastgesteld conform artikel 9 van de statuten benevens voor zover van toepassing de door de Stichting c.q. Vereniging vastgestelde havengelden.

    LIDMAATSCHAP

    Art 7. Zij die lid der Vereniging willen worden dienen daartoe een schriftelijk verzoek in bij het bestuur. Het bestuur beslist binnen een redelijke termijn over de toelating.
    Art 8. Bij toelating is een entreegeld verschuldigd waarvan de hoogte door de algemene vergadering wordt vastgesteld.
    Art 9. Ereleden en buitengewone leden betalen geen contributie noch entreegeld.
    Art 10. Jeugdleden betalen de helft van de contributie benevens voor zover van toepassing de helft van het entreegeld.
    Art 11. De verplichtingen van geldelijke aard dienen voor 1 maart te worden voldaan. Indien dit niet op tijd gebeurt kunnen die verplichtingen worden ingevorderd. In dat geval worden de op de invordering vallende kosten op de betrokken leden verhaald.
    Art 12. Bij verhuizing dient de betrokkene hiervan binnen 14 dagen kennis te geven aan het secretariaat met vermelding van het nieuwe adres.
    Art 13. Leden zijn verplicht tot het verlenen van hand en spandiensten ten behoeve van het onderhoud van de accommodatie.

    HET BESTUUR

    Art 14. Het dagelijks bestuur bestaat uit de voorzitter, de 1e secretaris en de 1e penningmeester.
    Art 15. Elke bestuursvergadering is bevoegd besluiten te nemen indien de helft plus een van het aantal bestuursleden aanwezig is. In spoedgevallen kan, indien het niet mogelijk is het gehele bestuur te raadplegen, het dagelijks bestuur beslissingen nemen. In de eerstvolgende bestuursvergadering dient van de genomen beslissing kennis te worden gegeven.
    Art 16. De 1e secretaris voert de briefwisseling en houdt afschrift van alle uitgaande stukken. Hij beheert het archief, dat alle op de Vereniging betrekking hebbende stukken moet bevatten. Hij houdt een ledenlijst bij en stelt de penningmeester zo spoedig mogelijk in kennis van daarin ontstane veranderingen. In de algemene vergadering brengt hij verslag uit over de toestand van de Vereniging van het afgelopen jaar. De 2e secretaris vervangt de 1e secretaris bij diens afwezigheid. Bepaalde taken van de 1e secretaris kunnen in onderling overleg door de 2e secretaris worden vervuld.
    Art 17. De 1e penningmeester beheert de financiën van de Vereniging. Hij houdt nauwkeurig boek van alle ontvangsten en uitgaven en doet betalingen zoveel mogelijk door overschrijving per giro, bank of anders tegen kwitantie. Hij brengt in de algemene vergadering door middel van een balans en een staat van baten en lasten verslag uit over de financiële toestand van de Vereniging in het afgelopen jaar en dient tegelijkertijd een in het overleg met het bestuur opgemaakte raming van inkomsten en uitgaven voor het lopende jaar in. De 2e penningmeester vervangt de 1e penningmeester bij diens afwezigheid. Bepaalde taken van de 1e penningmeester kunnen in onderling overleg door de 2e penningmeester worden vervuld.
    Art 18. De overdracht van bescheiden, gelden en eigendommen van de Vereniging berustende bij afgetreden bestuursleden, dient binnen 14 dagen na aftreding plaats te vinden.
    Art 19. De havencommissaris beheert de haven, ziet toe op de naleving van het havenregelement, de verplichtingen van de milieuvergunning en wijst de ligplaatsen toe. Van ontstane veranderingen stelt hij zo spoedig mogelijk de penningmeester in kennis.
    Art 20. De kantine commissaris beheert de kantine en ziet toe op de naleving van het kantineregelement en de verplichtingen van de milieuvergunning.
    Art 21. De onderhoudscommissaris heeft tot taak de accommodatie in een goede staat te doen houden.

    COMMISSIES

    Art 22. De door het bestuur krachtens artikel 14 lid 3 van de statuten benoemde commissies zijn aan het bestuur verantwoording schuldig.
    Art 23. Bij gebleken noodzaak kunnen door de algemene vergadering bijzondere commissies worden benoemd.

    ALGEMENE LEDENVERGADERING

    Art 24. Volgens artikel 16 lid 2d van de statuten heeft ieder lid het recht in overleg met het Bestuur voorstellen op de agenda van de algemene vergadering te plaatsen. Desbetreffende voorstellen moeten tenminste 30 dagen van tevoren schriftelijk ingediend worden.
    Art 25. Voorstellen staande de vergadering kunnen door het bestuur worden overgenomen met dien verstande, dat voorstellen met financiële consequenties op de agenda dienen te worden geplaatst.
    Art 26. Elk jaar treedt een derde gedeelte van de bestuursleden af. Telken jare bepaalt het bestuur welke bestuursleden zullen aftreden met dien verstande dat geen twee leden van het dagelijks bestuur tegelijkertijd zullen aftreden.

    SCHORSING

    Art 27. Het bestuur heeft het recht een lid tijdelijk te schorsen van zijn rechten en het gebruik van de accommodatie wegens
    -ernstige misdragingen op het terrein van de accommodatie
    -het in gebreke blijven van het voldoen van zijn verplichtingen van geldelijke aard.
    Van deze schorsing wordt het lid schriftelijk in kennis gesteld. Het lid behoudt het recht van beroep op de ledenvergadering overeenkomstig artikel 7 lid 6 van de statuten.

    ALGEMENE BEPALINGEN

    Art 28. De leden van het bestuur en van de commissies zijn indien de belangen van de Vereniging dit noodzakelijk maken, zowel gezamenlijk als ieder afzonderlijk, geheimhouding tegenover derden verplicht inzake alles wat zij uit hoofde van hun functies weten echter met uitzondering van mededelingen aan en de verantwoording tegenover de algemene vergadering.
    Art 29. De Vereniging noch de Stichting zijn aansprakelijk voor een schade hoe dan ook ontstaan, of diefstal van welke aard ook, van leden en derden. Ieder der leden is aansprakelijk voor de door hem aan de accommodatie of aan derden aangerichte schade.
    Art 30. Het bestuur heeft het recht in bijzondere gevallen van dit huishoudelijk regelement af te wijken.
    Art 31. Aan alle leden wordt bij de aanvang van hun lidmaatschap een exemplaar van de statuten en alle van toepassing zijnde regelementen ter hand gesteld.
    Art 32. Dit regelement treedt in werking op de datum van goedkeuring door de ledenvergadering.

     

    Aldus vastgesteld en goedgekeurd op de algemene vergadering van 16 april 1986.
    Gewijzigd in de algemene ledenvergadering van 24 november 1994

    KANTINEREGELEMENT VERENIGINGSGEBOUW "De Thuishaven"

    HOOFDSTUK 1 ALGEMEEN

    Art. 1. Onder Vereniging wordt verstaan de Watersport Vereniging Wassenaar ingeschreven bij de kamer van Koophandel te Den Haag onder nummer V409062.
    Art. 2. Onder het Verenigingsgebouw wordt verstaan het gebouw van de Vereniging gelegen aan de van Duivenvoordelaan 562 te Wassenaar.
    Art. 3. De kantine¬commissaris, daarin bijgestaan door een kantinecommissie, beheert het Verenigingsgebouw en houdt toezicht op de naleving van dit regelement. De kantinecommissie bestaat uit ereleden, leden, buitengewone leden, jeugdleden of donateurs van de Vereniging en hebben een minimum leeftijd van zestien jaar.
    Art. 4. Een lid van de kantinecommissie vervangt de kantinecommissaris bij diens afwezigheid.

    HOOFDSTUK 2 ORDEREGELS

    Art. 5. Iedere gebruiker van het Verenigingsgebouw is verplicht om de goede gang van zaken in het Verenigingsgebouw te bevorderen. Aanwijzingen van de kantinecommissaris dienen direct te worden opgevolgd.
    Art. 6. Toegang tot het Verenigingsgebouw gedurende de openingstijden van het Verenigingsgebouw hebben:
    a. ereleden, leden, jeugdleden, buitengewone leden, donateurs en tevens gasten, die met hun schip de haven bezoeken.
    b. echtgenoten, huisgenoten en tot het gezin behorende kinderen van de onder a. genoemde personen.
    c. personen die door de onder a. genoemde personen geïntroduceerd zijn. Een dergelijke introductie geldt per gelegenheid.
    Art. 7. Kinderen beneden de leeftijd van 8 jaar hebben slechts toegang onder begeleiding van de in art. 6 genoemde personen.
    Art. 8. Voor zover het verblijf van huisdieren in het Verenigingsgebouw onvermijdelijk is, moeten deze worden gedragen of zijn aangelijnd. Tijdens ledenvergaderingen en officiële feestavonden worden geen huisdieren toegelaten.
    Art. 9. Elke bezoeker is aansprakelijk voor de schade die door zijn toedoen aan of in het Verenigingsgebouw wordt veroorzaakt.
    Art. 10. Met het oog op het handhaven van orde, veiligheid en goede zeden, is de kantinecommissaris bevoegd, personen uit het Verenigingsgebouw te verwijderen of te doen verwijderen en hen de toegang te ontzeggen.
    Art. 11. Zelf meegebrachte dranken mogen niet in het Verenigingsgebouw worden genuttigd, behoudens goedkeuring van de kantinecommissaris
    Art. 12. De geleverde artikelen moeten contant worden afgerekend.
    Art. 13. Een prijslijst wordt duidelijk zichtbaar in de nabijheid van het buffet opgehangen.
    Art. 14. Elke activiteit gebaseerd op geluk- of kansspel behoeft de toestemming van het bestuur van de Vereniging. Spelen om geld is niet toegestaan.

    HOOFDSTUK 3 OPENINGSTIJDEN VAN DE KANTINE

    Art. 15. De openingstijden van het Verenigingsgebouw worden bepaald door de kantinecommissie en vermeld bij het Verenigingsgebouw en gepubliceerd in het Verenigingsorgaan.
    Art. 16. Daarnaast kan de kantinecommissaris besluiten het Verenigingsgebouw open te stellen voor evenementen van de Vereniging en voor andere activiteiten die het doel van de Vereniging dienen zoals vermeld in artikel 3 van de statuten van de Vereniging.

    HOOFDSTUK 4 ASSORTIMENT EN PRIJZEN

    Art. 17. De kantinecommissaris bepaalt de samenstelling en de prijzen van het assortiment van de aan het buffet van het Verenigingsgebouw verkrijgbare artikelen. Voor bijzondere evenementen, zulks ter beoordeling door het bestuur van de Vereniging, kunnen de samenstelling en de prijzen van het assortiment worden gewijzigd.

    HOOFDSTUK 5 BEDIENING EN ONDERHOUD VAN DE KANTINE

    Art. 18. Het buffet in het Verenigingsgebouw zal door de leden van de kantinecommissie worden bediend volgens een door hen op te stellen rooster.
    Art. 19. De kantinecommissaris zal een rooster opstellen voor het schoonmaken van het Verenigingsgebouw ten behoeve van personen, die zich daarvoor beschikbaar gesteld hebben of andere leden, die krachtens art. 6 van het huishoudelijk regelement van de Vereniging verplicht zijn tot het verlenen van diensten.
    Art. 20. De kantinecommissaris regelt de taken en verantwoordelijkheden van degenen die op grond van het bepaalde in het art. 18 en 19 zijn ingedeeld.
    Art. 21. De kantinecommissaris draagt, zo nodig, de verantwoordelijkheid voor het afsluiten van het Verenigingsgebouw op aan de organisator van een activiteit, als bedoeld in artikel 16 van dit regelement.

    HOOFDSTUK 6 SLOTBEPALINGEN

    Art. 22. De Vereniging is niet aansprakelijk voor een schade, hoe dan ook ontstaan, of diefstal van welk eigendom van een bezoeker dan ook.
    Art. 23. In alle gevallen, waarin het regelement niet voorziet, heeft de kantinecommissaris het recht hieromtrent een beslissing te nemen.
    Art. 24. Geschillen, ontstaan betreffende het beheer van het Verenigingsgebouw, dienen binnen tien dagen schriftelijk te worden voorgelegd aan het bestuur van de Vereniging, dat zo snel mogelijk in het geschil beslist.
    Art. 25. Een exemplaar van dit regelement moet te allen tijde in het Verenigingsgebouw duidelijk zichtbaar te lezen zijn.
    Art. 26. Dit regelement is op de ledenvergadering van de Vereniging van 22 april 1987 aangenomen.